Een aantal keer per jaar probeer ik wedstrijden van de Ajax-jeugd op De Toekomst te bezoeken. Niets zo leuk als met eigen ogen de jonge Amsterdamse talentjes aan het werk te zien. Bovendien is het razend interessant alle opmerkingen om je heen te horen, van fans, volgers, ouders en talentjes uit andere teams. Het levert een dieper inzicht op van het wel en wee van de Ajax-jeugdopleiding. In de rubriek “Langs de lijn op De Toekomst” ga ik namens Ajax1.nl de komende tijd in gesprek met enkele van deze mensen. In deel 6 praat ik met Pieter Zwart, een (onderzoeks)journalist die schrijft voor Voetbal International en Catenaccio. Hij heeft de ‘Fluwelen Revolutie’ intensief gevolgd.

Pieter Zwart is genomineerd voor de Prijs voor de Beste Onderzoeksjournalistiek 2015. In zijn onderzoek ‘Real Madrid is een voorbeeld voor elke club’, rekent hij af met de vaak gehoorde bewering dat de Spaanse topclub een enorme schuldenlast heeft. Sterker nog, Zwart toont met zijn onderzoek aan dat de club er in feite uitstekend voorstaat. Iemand die durft mythes uit de voetbalwereld door te prikken, en die ook nog eens de revolutie onder Cruijff scherp in de gaten heeft gehouden, is natuurlijk een ideale kandidaat voor deze rubriek. Gelukkig werkte Zwart graag mee. Ik ging met hem in gesprek over de ontwikkeling van De Toekomst, over de besluitvorming bij de jeugd, en over de communicatie binnen de club. Dit laatste wordt vaak genoemd als punt van kritiek op Ajax, dus het is interessant om te horen hoe een communicatiewetenschapper als Zwart daarover denkt. De academicus in Zwart komt verschillende keren in het gesprek naar boven. Feilloos ondersteunt hij enkele stellingen met feiten, en dat leverde een erg interessant gesprek op.

Beste Pieter! Zou je de lezers die jou nog niet kennen kunnen uitleggen in welke hoedanigheid jij de Ajax-jeugdopleiding volgt?

“Als journalist – tegenwoordig bij Catenaccio en Voetbal International – heb ik de fluwelen revolutie nauwlettend gevolgd. De jeugdopleiding is daar natuurlijk een belangrijk thema in en in die hoedanigheid heb ik mij daar ook in verdiept.”

Ontwikkeling De Toekomst

Er wordt door veel mensen vaak gesteld dat het goed gaat met De Toekomst. Wat vind jij van die stelling?

“Daar ben ik het mee eens. Het is zichtbaar dat in de afgelopen jaren stappen voorwaarts zijn gezet. Bijvoorbeeld op het gebied van fysieke begeleiding. Het is glashelder dat spelers daarvan profiteren. Niet alleen qua duelkracht, maar ook qua manier van bewegen. Dat zie je ook terug in de cijfers. Zoals Ruben Jongkind in Het Parool laatst stelde: de A1 en Jong Ajax zijn qua prestaties gelijk gebleven met een jonger elftal. Dat betekent dat spelers sneller via de opleiding klaargestoomd worden voor een hoger niveau. Dat is een goed teken. Daarnaast is het aantal blessures in de jeugd en bij het eerste elftal aanzienlijk afgenomen.”

Kun je aangeven of je ook al een ontwikkeling ziet in de kwaliteit van het voetbal dat je gespeeld ziet worden bij de Ajax-jeugd?

“Het is lastig om hier in algemene zin een uitspraak over te doen. De kwaliteit van het voetbal is natuurlijk ook afhankelijk van de kwaliteit van de spelers, dus je kunt moeilijk één-op-één jeugdteams door de jaren heen met elkaar vergeleken qua kwaliteit van het voetbal. Wél is het zo dat je door de hele opleiding heen een bepaalde speelwijze geïmplementeerd ziet worden, die ik samen met Nikos Overheul onlangs geanalyseerd heb op Catenaccio.”

Ruben Jongkind stelde onlangs dat de huidige bovenbouw voor 80% volgens de methode-Cruijff werkt, en de onderbouw als eerste lichting voor de volle 100%. Toch stelde een Matthijs de Ligt tegenover mij dat hij niet heel veel verschil ziet in zijn opleiding, in vergelijking met vroeger. In hoeverre deel jij de stelling van Jongkind?

“Daar heeft Jongkind in mijn ogen gelijk in. De spelers die nu in de bovenbouw zitten hebben vooral profijt gehad van de nieuwe performance coaches, dat is wat ze zelf ook steevast aangeven in interviews. Daarnaast heb je natuurlijk het mentorsysteem en de toegenomen focus op het individu, maar het is nog niet zo verstrekkend als in de onderbouw. Daar zie je met bijvoorbeeld de Twin Games en het trainen op andere ondergronden een ware cultuurverandering. Onder Jan Olde Riekerink werd zaalvoetbal verboden, Wim Jonk stelt het verplicht.”

Onlangs had je een mooi interview met Wim Jonk. Hij stelde daarin onder meer dat een definitie van aanvallend voetbal nodig is, als je een speelstijl meetbaar wilt maken aan de hand van video-analyse. In hoeverre heb jij het idee dat Ajax’ definitie vastligt en voor iedereen binnen de club helder is?

“Die definitie ligt vast voor de jeugdopleiding, maar bij het eerste elftal lijkt daar een ander idee over te bestaan. Daardoor ontstaat er ruis en uiteindelijk zijn de jeugdspelers die de stap naar de Amsterdam Arena moeten maken daar de dupe van.”

In april schreef je kritisch ten aanzien van het aankoopbeleid bij Ajax als het gaat om spelers voor het eerste elftal. Je beschreef dit in het kader van professionele besluitvorming. Wat is jouw oordeel over de besluitvorming binnen de jeugdopleiding in het algemeen?

“In de jeugdopleiding worden net als bij het eerste elftal fouten gemaakt, alleen ligt dat natuurlijk minder onder het vergrootglas. De beslissing om zestienjarige spelers geen contracten meer aan te bieden heeft bijvoorbeeld slecht uitgepakt. Daarnaast zijn er in de afgelopen jaren voor met name de bovenbouw een aantal spelers gehaald waar je vraagtekens bij kunt zetten. Waarin De Toekomst in mijn ogen verschilt van het eerste elftal is dat er geleerd wordt van fouten, doordat beslissingsprocessen geformaliseerd zijn.”

Communicatie

Zwart studeert momenteel Mass Communication/Media Studies aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Als zodanig is hij bijzonder geïnteresseerd in de communicatie bij Ajax en de kritiek die daar soms op geleverd wordt. Hij probeert het verschijnsel te verklaren, en ziet daarnaast ruimte voor verbetering op het gebied van de liefde die door Ajax aan spelers wordt gegeven. Het punt dat Marjan Peer eerder maakte, wordt ook door Zwart omarmt. Hij vraagt zich echter af of Ajax die les al geleerd heeft.

Er zijn mensen die de manier waarop Ajax naar ouders en jeugdspelers communiceert gebrekkig noemen. Wat is jouw beeld hiervan, en waar zie jij eventuele ruimte voor verbetering?

“Als communicatiewetenschapper vind ik de kritiek op dit onderdeel een interessant fenomeen. De definitie van communicatie is het scheppen van een gemeenschappelijke betekenis. Veel van de problemen die nu worden toegeschreven aan communicatie zijn in feite een gevolg van een verschil in visie en referentiekader.

Op het moment dat een jeugdtrainer van Ajax denkt vanuit een teamstructuur en hij wordt geconfronteerd met een leidinggevende die met hem spreekt vanuit een individuele benadering, dan wordt het heel erg lastig om een constructief gesprek te voeren. Ze zitten immers niet op dezelfde golflengte. Als twee personen met een radicaal ander startpunt met elkaar praten, dan wordt het lastig om een gemeenschappelijke betekenis te scheppen.

Mijn indruk is dat er geen communicatieprobleem is met jeugdtrainers, maar dat dit een symptoom is van een verschil in visie. Van trainers die heilig geloven in het individueel opleiden heb ik nog nooit klachten over de communicatie gehoord.

De meeste groeiruimte zit erin door alle stakeholders in het proces mee te nemen en deze mee proberen te krijgen in de visie. Daar zijn boeken over volgeschreven, maar de theorie is daarin eenvoudiger dan de praktijk. Overigens duidt het onderzoek dat Ajax heeft laten uitvoeren erop dat ouders al behoorlijk tevreden zijn met de opleiding.”

Marjan Peer stelde in deel 1 dat ze teamgeest en liefde van en voor de club heeft gemist bij Ajax tijdens de opleiding van haar zoon. Er is volgens haar cynisme onder een aantal jeugdspelers, en een cultuur van ‘eisen stellen’ in plaats van ‘geven’. Volgens haar geeft Ajax jeugdspelers onvoldoende het gevoel dat ze bij de mooie club Ajax horen, bijvoorbeeld doordat ze verzuimen jeugdspelers uit te nodigen bij een kampioensfeest. Hoe denk jij over deze conclusies?

“In dat interview maakte Marjan Peer een aantal rake opmerkingen. Het zou goed zijn als Ajax daar een keer met haar over in gesprek gaat. Topsport is keihard, maar daarmee hoeft het nog niet liefdeloos te zijn. Op dat terrein is er voor Ajax nog een wereld te winnen. Niet alleen in de opleiding, maar ook bij het eerste elftal.

In het recente verleden is Miralem Sulejmani daarvan het meest pijnlijke voorbeeld. Ajax heeft een vermogen betaald om hem vast te leggen, maar heeft nog geen cent gestoken in zijn begeleiding. Als bedrijven een buitenlandse directeur aanstellen, dan hebben zij iemand in dienst die als enige taak heeft om ervoor te zorgen dat hij zich op zijn gemak voelt in zijn nieuwe omgeving. Zo kan deze directeur zich volledig focussen op zijn kwaliteiten, de reden dat hij is aangesteld.

In de voetbalwereld zou dit hetzelfde moeten zijn. Bij buitenlandse clubs is dat kwartje al gevallen. Aan spelers als Dejan Meleg en Robert Muric gaan we zien of Ajax geleerd heeft van de casus Sulejmani. Ik heb daar mijn twijfels bij.”

Als je ze ernaar vraagt, blijken ouders eigenlijk nauwelijks te weten wat het plan-Cruijff inhoudt. Wat vind je daarvan?

“Mijn ervaring is dat überhaupt maar heel erg weinig mensen weten wat het plan-Cruijff inhoudt. Daar valt nog veel te winnen. Natuurlijk hoef je niet je hele bedrijfsplan op straat te leggen, maar als bij mensen de kern van het Plan duidelijk is, dan is dat al winst.”

Toekomst van De Toekomst

Als slotstuk van ons interview gaat Zwart uitgebreid in op de toekomst van de Ajax-jeugdopleiding. Hij concludeert dat de methode die Ajax voor de komst van Cruijff hanteerde zorgde voor nivellering, met een lagere piek van exceptionele talenten. Hij legt verder het belang van ontwikkelingen als de Twin Games uit, en gelooft in de waarde van het schoolgebouw dat momenteel in aanbouw is bij het jeugdcomplex. Verder adviseert hij Ajax boven alles transparanter te zijn, door uit te leggen waarom Ajax de keuzes maakt die ze maken.

Als ik je werk zo zie, dan lijk je graag analyserend bezig. Tijdens het afgelopen WK zaten er slechts vijf jongens in de selectie van Oranje die hun opleiding (deels) bij Ajax genoten. Slechts twee of drie ervan waren belangrijke spelers. Zo’n tien, vijftien jaar geleden was dat nog anders. Wat is jouw verklaring hiervoor?

“Tussen 1990 en 2010 is het aantal bij Ajax opgeleide spelers in de Oranje-selectie redelijk constant gebleven, zo rond de tien. Bij het laatste WK was dat aantal inderdaad gehalveerd. Ik heb echter een breder overzicht van spelers die in de Ajax-opleiding hebben gezeten, dat qua geboortejaar terug gaat tot de jaren veertig. Op basis van die cijfers kun je niet stellen dat het aantal internationals dat de Ajax-opleiding oplevert aan het afnemen is. Er lijkt zelfs eerder sprake te zijn van een kleine stijging.

Het verschil zit erin dat de beste spelers die in de afgelopen jaren doorbraken vaak buitenlanders waren die op hun zestiende aansloten, zoals Christian Eriksen, Thomas Vermaelen, Jan Vertonghen en Viktor Fischer. De Nederlanders die wel de hele Ajax-opleiding doorliepen en vervolgens doorbraken waren vooral verdedigers en middenvelders. Bovendien waren het vooral dienende spelers in plaats van creatievelingen. Aanvallers als Jermaine Lens, Eljero Elia en Luciano Narsingh haalden wel een eindtoernooi met het Nederlands elftal, maar werden vroegtijdig weggestuurd door Ajax.

Tegelijkertijd nam het aantal spelers dat via Ajax het betaalde voetbal haalde juist wél toe, zie ook de jaarlijkse onderzoeken van het CIES waaruit blijkt dat geen enkele voetbalclub zoveel talent opleidt voor het Europese profvoetbal.

Dat duidt erop dat de methode die Ajax hanteerde in de opleiding zorgde voor nivellering. De mindere spelers bereikten een hoger niveau, maar de piek van de exceptionele talenten was ook minder hoog. De veranderingen in de opleiding moeten ervoor zorgen dat Ajax weer meer absolute topspelers gaat afleveren. Of dat gaat lukken is een vraag die we pas over een aantal jaar kunnen beantwoorden.”

De Twin Games en de integratie van zaalvoetbal in de jeugdopleiding zijn zaken die het individuele niveau van spelers omhoog moeten brengen. In hoeverre denk je dat hierdoor de gemiddelde basiskwaliteiten en passeervermogens verbeterd gaan worden?

“Het gaat er niet om wat ik denk, maar om wat de feiten zeggen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt onomstotelijk dat spelers in de onderbouw veel meer leren van playing forms (met tegenstander) dan van training forms (droog trainen zonder tegenstander). Daarnaast is ook aangetoond dat het aantal balcontacten van spelers in de zogenoemde Twin Games – maar ook bijvoorbeeld bij zaalvoetbal – veel hoger ligt dan bij elf tegen elf op een groot veld.

De Twin Games fungeren voor jeugdspelers in feite als een soort snelkookpan. Dat is gebaseerd op elementaire logica. In een sport als voetbal waarin veel beslissingen moeten genomen draait veel om myeline, dit zijn een soort snelwegen in je zenuwstelsel die kunnen worden aangelegd. De beste manier om dat te doen blijkt door een heel klein stukje (beweging) te pakken en dat eindeloos te repeteren tot het goed gaat.

Futsal (voor de Twin Games en straatvoetbal geldt in feite hetzelfde) blijkt daarvoor perfect te zijn. Spelers raken de bal namelijk zes keer vaker dan in een normale voetbalwedstrijd. Door de zwaardere en kleinere bal moet je techniek meer verfijnd zijn, om tot de juiste uitvoering te komen. Het is namelijk onmogelijk de bal domweg naar de andere kant van het veld te knallen. Doordat de ruimtes kleiner zijn, ontkom je niet aan een goede balcontrole, inzicht en goede passing. Het zorgt voor ‘deep practice’. Je wordt constant in situaties geplaatst waarin je snel oplossingen moet vinden en daardoor fouten maakt, die je de volgende keer in een zelfde soort situatie corrigeert. Het is geen toeval dat vrijwel alle Spaanse en Braziliaanse spelers een verleden hebben in de zaal.

Deze veranderde trainingsmethodes zorgen er dus aantoonbaar voor dat de gemiddelde basiskwaliteiten van voetballers meer ontwikkeld gaan worden. Op die sterkere technische basis kan in de rest van de opleiding vervolgens verder gebouwd gaan worden, wat uiteindelijk moet gaan leiden tot betere jeugdspelers. Aangezien de veranderingen in de onderbouw nog niet zo lang van kracht zijn gaat het echter nog jaren duren voordat we het effect van deze veranderde trainingsmethodes gaan zien bij het eerste elftal.”

Vorig jaar zag Ajax drie grote talenten voortijdig naar het buitenland vertrekken. In hoeverre denk jij eigenlijk dat dit soort vroege transfers te voorkomen zijn?

“Dat is speculatief, maar ik denk dat de drie spelers die vorig jaar weggegaan zijn niet allemaal hadden moeten vertrekken. Vooral van Timothy Fosu-Mensah vind ik het doodzonde, aangezien dat met afstand de meest getalenteerde verdediger in de bovenbouw was. Bij het afgelopen jeugd-EK was hij ook de positieve uitzondering in een matig elftal. Ajax zal zijn lessen moeten trekken uit wat er gebeurd is. Spelers die voor het geld kiezen zal je altijd houden, maar daar moet Ajax een zo goed mogelijk verhaal tegenover stellen.

Het schoolgebouw dat nu in aanbouw is, kan daar in de toekomst een belangrijke factor in worden. Daarin kan Ajax internationaal gezien onderscheidend zijn door spelers niet alleen op voetbalgebied, maar ook maatschappelijk een aanbod op maat te leveren. Die interne schoolopleiding moet voor de spelers in de opleiding een argument worden om te blijven, en daarnaast een aanzuigende werking hebben op toptalenten van buitenaf.”

Van wie of wat word je momenteel echt enthousiast binnen de Ajax-jeugdopleiding? 

“Ik denk niet dat het goed is om jeugdspelers te vroeg op een voetstuk te plaatsen.

Dat is een interessant punt. Hoe kijk jij in dat licht bijvoorbeeld aan tegen het feit dat Ajax met een jeugdteam deelnam aan een jeugdtoernooi in Turkije, terwijl het zelf een speler in de gelederen had met Turkse roots die daar al op een voetstuk geplaatst wordt? Vind je zoiets verstandig?

“Dat is een lastige kwestie. Dit zou immers betekenen dat wanneer je een Turkse speler in de geledingen hebt, je nooit een toernooi in Turkije zou moeten spelen. Ik denk dat het belangrijkste is dat je een jeugdspeler leert om hiermee om te gaan. AZ is hier bijvoorbeeld heel ver mee en leert talenten een groeimindset aan.”

Tot slot. Welke tip(s) zou je de mensen op De Toekomst graag willen geven? 

“Probeer meer transparant te zijn naar buiten toe. Het interview dat onlangs gegeven is in Het Parool is daarin een goede aanzet. Treed criticasters met open vizier tegemoet en leg uit waarom je doet wat je doet.

Daarnaast kan De Toekomst qua staf wel een kwaliteitsimpuls gebruiken. Nu rust er teveel verantwoordelijkheid op een klein groepje mensen, die niet zelden tot diep in de nacht moeten doorwerken om alles gedaan te krijgen. Met één of twee sterke krachten erbij neemt de druk op deze kerngroep enorm af en kunnen deze mensen zich weer concentreren op hun kwaliteiten. Voor deze impuls is echter budget nodig. Dat ligt uiteindelijk primair op het bord van de directie.

Daarmee kom je bij het belangrijkste punt. Het is cruciaal dat Ajax als club een keuze maakt voor een bepaalde manier van werken en dat op alle niveaus doorvoert. Je kunt niet meedoen in de Formule 1 met een auto die op de handrem staat.”

Of Ajax de tips van Pieter Zwart ter harte zal nemen zullen we moeten afwachten. Duidelijk is dat hij een van de volgers op De Toekomst is met een zeer interessante mening over de ontwikkelingen op De Toekomst. Vanavond (vrijdagavond) wordt vanaf 20.00 uur bekendgemaakt of Pieter zijn prijs voor Internetjournalistiek op zijn naam kan schrijven. Namens Ajax1.nl wens ik hem ontzettend veel succes toe.