Een aantal keer per jaar probeer ik wedstrijden van de Ajax-jeugd op De Toekomst te bezoeken. Niets zo leuk als met eigen ogen de jonge Amsterdamse talentjes aan het werk te zien. Bovendien is het razend interessant alle opmerkingen om je heen te horen, van fans, volgers, ouders en talentjes uit andere teams. Het levert een dieper inzicht op van het wel en wee van de Ajax-jeugdopleiding. In de rubriek “Langs de lijn op De Toekomst” ga ik namens Ajax1.nl de komende tijd in gesprek met enkele van deze mensen. In deel 10 praat ik met Ché Nunnely, een 16-jarige rechtsbuiten die in 2012 overkwam van FC Utrecht, en die vorig seizoen in de B1 actief was.

Het is 2012 als hoofd spelerszaken en scouting Edwin de Kruijff van FC Utrecht openlijk in de media uitspreekt te balen van het beleid van Ajax. De Utrechters zijn op dat moment net beroofd van Ché Nunnely, een pijlsnelle en technische begaafde rechtsbuiten. De Kruijff was daar, zoals hij het zelf zei, ‘ziek van’. Komend seizoen begint Ché aan zijn vierde seizoen in Amsterdam. Toen hij naar Ajax kwam, braken er eigenlijk al jaren geen door Ajax opgeleide buitenspelers écht door in het eerste elftal. Jongens als Lorenzo Ebecilio, Lesly de Sa, Jody Lukoki en Araz Özbiliz hebben weliswaar enkele aardige momenten gehad, maar uiteindelijk helaas ook niet meer dan dat. Inmiddels lijkt de talentvolle buitenspeler bij Ajax helemaal terug. Met Ricardo Kishna, Anwar El-Ghazi, Robert Muric, Vaclav Cerny, Vince Gino Dekker en dus Ché Nunnely lijkt er de komende jaren echt weer wat aan te komen in Amsterdam. Exemplarisch is misschien wel dat Sheraldo Becker komend seizoen wederom aan PEC Zwolle verhuurd is. Het is een interessante vraag of zoiets enkele seizoenen geleden ook gebeurd zou zijn. Vandaag staat daarom Ché Nunnely centraal. Want, hoe gaat Ajax eigenlijk om met buitenspelers in de jeugd? Waar werken ze aan? En hoe denken zij over de ontwikkeling van Ajax?

Beste Ché! Kun je jezelf misschien even voorstellen aan de lezers die jou nog niet kennen?

“Ik ben Ché Nunnely, 16 jaar oud, en woon in Almere. De wijk waar ik ben opgegroeid is de Molenbuurt in Almere Buiten.”

Weet je waar je eigenlijk je talent vandaan hebt?

“Ik heb niet echt familie die bekend was met voetbal, maar in m’n moeders buik kon je al zien dat ik hield van schoppen. Ik heb me vooral ontwikkeld op de straat.”

Jij bent een echte rechtsbuiten. Wie is eigenlijk jouw grote voorbeeld?

“Mijn grote voorbeeld is Cristiano Ronaldo. Ik ben al van jongs af aan gecharmeerd van zijn spel, door de trucjes die hij doet en de manier waarop hij zijn tegenstander altijd te snel af is.”

Wat moet jij nog ontwikkelen om net zo’n type te worden als hij?

“Ik denk vooral dat ik moet gaan werken aan mijn linkerbeen, want zoals je kunt zien kan hij daar een hoop mee! En mijn scorend vermogen kan ook nog vele malen hoger.”

Komst naar Ajax

Ik denk met Ché even terug aan de tijd dat hij naar Ajax kwam. Hoe ging dat eigenlijk? Hij herinnert zich het moment dat Ajax belde nog levendig.

Je maakte in 2012 op je dertiende de overstap van FC Utrecht naar Ajax. Kun je uitleggen hoe die stap tot stand kwam?

“Ik was bij mijn oma thuis toen plotseling de telefoon ging, en toen bleek dat een scout van Ajax aan de telefoon was. Hij zei tegen mijn tante dat Ajax veel interesse had in mij en belde meteen voor een afspraak. Ik hoefde geen stage te lopen of iets dergelijks en mocht meteen bij Ajax komen spelen. Mijn hele familie was blij en trots.”

Van Dani de Wit begreep ik dat jongens in evaluatiegesprekken aan de hand van een skillbox te horen krijgen wat ze moeten verbeteren. Kreeg jij bij je komst naar Ajax ook meteen al bepaalde punten mee waar je mee aan de slag moest, en wat waren die punten?

“Niet meteen, maar ik kan me nog herinneren dat we met de C2 aan het trainen waren. Ik hield heel veel van trucjes. Brian Tevreden vond dat ik een uitstekende dribbelaar was, maar telkens als ik trucjes deed, zette hij het stop. Hij zei dan dat ik veel simpeler moest spelen. Daar ben ik aan gaan werken en merkte meteen dat ik daar veel meer aan had!”

Rechtsbuiten

Een rechtsbuiten bij Ajax heeft wapens nodig. Ché heeft er gelukkig meerdere. Zo is hij ontzettend snel, maar hij beschikt tevens over een passeerbeweging. Maar hoe zorgen hij en Ajax er nu voor dat hij die wapens ook kan benutten in kleinere ruimtes? Mocht Ché namelijk ooit het eerste elftal halen, dan is de kans groot dat ruimtes vaak beperkt zullen zijn.

Jij hebt zowel snelheid als een passeerbeweging in huis. Hoe proberen Ajax en jij deze kwaliteiten eigenlijk verder te verbeteren?

“Eigenlijk vooral door duidelijk aan te geven hoe ik deze kwaliteiten het best kan benutten, en daar vervolgens op te oefenen!”

Hoe gaat zoiets precies?

“Dat gaat met video. Soms word je even apart genomen en dan laten ze jou de goede dingen zien van de afgelopen wedstrijd, maar ook de punten die voor verbetering vatbaar zijn”.

Vaak zie je dat jongens met zo veel snelheid als jij het overzicht verliezen, waardoor ze bijvoorbeeld niet meer de rust hebben om de pass te geven. Hoe werken Ajax en jij aan dit overzicht bij jou?

“Vooral door veel oefeningen te doen waarbij de buitenspelers een steekbal krijgen van de middenvelders. Deze moeten we dan controleren en daarbij moeten we een goed overzicht behouden voor we een voorzet geven. En dat helpt ook, want hierdoor blijf je rustig voor de goal!”

Een buitenspeler heeft natuurlijk andere kwaliteiten nodig dan een verdediger of een middenvelder. In hoeverre krijgen vleugelspelers als jij eigenlijk speciale training voor jullie positie, en wat leer je daar zoal?

“Dat krijgen we zeker. Daar leren we vooral hoe je het beste je mannetje kan passeren en hoe je een combinatie aan kunt gaan, om daarna in de ruimte vrij te lopen.”

Veel jongens worden op andere posities of in een hoger elftal gezet, om ze te prikkelen in hun leerproces. Kun je vertellen wat Ajax bij jou gedaan heeft om jou extra te prikkelen?

“Mij hebben ze een team laten overslaan zodat ik meer weerstand krijg. Je speelt daar namelijk tegen jongens die een jaar ouder zijn. Ook sturen ze me soms door naar de A’tjes, waar ik nog sneller moet handelen en bedenken wat ik met de bal ga doen. Hierdoor leer je in mijn ogen heel veel.”

Aan je snelheid heb je natuurlijk vooral veel als er veel ruimte voor je ligt. In Ajax 1 zijn die ruimtes voor buitenspelers vaak veel kleiner. Hoe leert Ajax jou eigenlijk te spelen in die kleinere ruimtes?

“Door heel veel positiespelletjes te spelen en de ruimtes vooral klein te houden. Hierdoor leer je goed onder druk in kleine ruimtes situaties uit te spelen en wordt je balbehandeling automatisch sneller.”

Ontwikkeling De Toekomst

Naast de ontwikkeling van Ché en die van de buitenspeler in het algemeen, kijken we ook naar de Ajax-opleiding. Hoe gaat het daar eigenlijk mee? Wat zou Ché eigenlijk veranderen als hij de kans krijgt? En hoe denkt hij dat Ajax grote talenten zo lang mogelijk bij de club kan houden?

Er wordt vaak gezegd dat het de goede kant opgaat met de Ajax-jeugdopleiding. Hoe zie jij dit?

“Het gaat inderdaad goed volgens mij. Als je ziet hoe iedereen binnen Ajax bezig is jou beter te maken, dan weet je zelf dat je op een goede plek bent om beter te worden.”

Wat heb jij zelf eigenlijk gemerkt van de veranderingen in de jeugd de afgelopen jaren, en kun je uitleggen wat je hier zelf aan hebt gehad?

“Bij de ochtendtrainingen met het performance team krijgen wij kracht- en looptrainingen. Dit helpt je bij het verbeteren van je conditie en je lichaam. Dit is natuurlijk belangrijk voor het voetbal zelf!”

Stel nu dat jij de baas zou zijn van De Toekomst. Wat zou je dan precies hetzelfde laten, en wat zou je veranderen?

“Ik zou bijna alles hetzelfde laten. Ik vind alleen wel dat ze meer individuele trainingen mogen organiseren, bijvoorbeeld voor het verbeteren van je slechte punten of juist als je je goede punten nóg verder wil versterken.”

Waar zou je dan bijvoorbeeld graag extra aan werken?

“Ik zou graag mijn linkerbeen willen trainen en het afronden met mijn hoofd voor de goal. Deze twee punten kunnen namelijk beslissend zijn.”

Vorig jaar verlieten drie talenten de club op jonge leeftijd voor een grote buitenlandse club. Hoe kan Ajax de kans op vertrek van dit soort talenten volgens jou zo klein mogelijk maken in de toekomst?

“Ik denk dat Ajax sneller met een toekomstplan voor de jongens had moeten komen, of een eventuele verbintenis.”

Contract en status als ‘toptalent’

Volgens Ché helpt een contract dus allicht bij het behouden van de grote talenten bij Ajax. Een mooi moment om even stil te staan bij zijn eigen situatie. Want waarom vindt hij dat eigenlijk belangrijk? En wat doet het eigenlijk met hem dat hij door veel fans als ‘toptalent’ wordt bestempeld?

De laatste tijd komen geruchten naar buiten dat je met Ajax in gesprek zou zijn over een contract. Hoe belangrijk is een contract eigenlijk voor je?

“Ik zie het meer als een beloning voor je harde werk voor de club. Het is alleen maar mooi als de club vertrouwen in jou heeft en dat op deze manier uitspreekt.”

Door fans word je vaak genoemd als ‘toptalent’ die zeker het eerste elftal gaat halen. Wat doet zoiets met je?

“Voor mij is dit vooral motiverend. Het is natuurlijk leuk om te horen dat de fans zo over mij denken. Hopelijk kan ik dit ook waarmaken.”

Er gaan talenten naar buitenlandse topclubs, maar er komen ook veel buitenlandse toptalenten naar Ajax omdat zij Ajax heel duidelijk als de beste eerste stap in hun carrière zien. Zie bijvoorbeeld Zlatan, Suárez, Eriksen, Fischer, Chivu, Maxwell enzovoorts. In hoeverre begrijp jij hun keuze eigenlijk en wat maakt Ajax volgens jou zo’n ideale club om je carrière als prof te beginnen?

“Ajax is een topclub en heeft de middelen om jou dusdanig te prikkelen, dat het de ideale club is om voor te spelen vóór een eventuele periode bij de buitenlandse top. Daarom vind ik Ajax zeker een juiste keuze.”

Tot slot

Tot slot sta ik graag nog even stil met Ché bij wat zijn ambitie eigenlijk was toen hij in 2012 naar Ajax kwam, en in hoeverre dat gelukt is. Bovendien vraag ik hem naar zijn beste trainer tot nu toe, en waarom dit nu juist zo’n goede trainer was. Vertrouwen blijkt in zijn keuze een ontzettend belangrijke motivatie te zijn.

Wie is tot nu toe de beste trainer geweest in je leven, en wat maakte hem zo ontzettend goed?

“Dat was Peter van der Veen in de C1. Hij gaf mij erg veel vertrouwen door mij telkens op te stellen, ook toen het wat minder liep. Ik presteerde heel goed door de sfeer die hij creëerde binnen het team, en dat is natuurlijk ook belangrijk.”

In hoeverre ben je tot nu toe de speler geworden die je hoopte te worden toen je Utrecht verliet voor Ajax, en waar hoop je over vijf jaar te staan?

“Voordat ik naar Ajax kwam wilde ik één van de besten van het team worden en laten zien wat ik in huis heb. Ik denk dat dat tot nu toe zeker wel is gelukt, en ik hoop dat ik over vijf jaar een basisplek in het eerste heb weten te bemachtigen.”

Een basisplek over vijf jaar dus, veel supporters zouden ervoor tekenen. Het zal in ieder geval de mensen geruststellen die vreesden voor een snel vertrek. Aan Ajax de taak om Ché optimaal te begeleiden op zijn weg naar het eerste elftal. Een ding is zeker, met de toegenomen kwaliteit op de flanken, zal het voor talentvolle buitenspelers als Ché een grote uitdaging worden om de concurrentie achter zich te laten. We zullen hem en alle anderen daarom gaan volgen de komende jaren. Namens Ajax1.nl wens ik hem ongelooflijk veel succes! We gaan hem scherp in de gaten houden.