Een aantal keer per jaar probeer ik wedstrijden van de Ajax-jeugd op De Toekomst te bezoeken. Niets zo leuk als met eigen ogen de jonge Amsterdamse talentjes aan het werk te zien. Bovendien is het razend interessant alle opmerkingen om je heen te horen, van fans, volgers, ouders en talentjes uit andere teams. Het levert een dieper inzicht op van het wel en wee van de Ajax-jeugdopleiding. In de rubriek “Langs de lijn op De Toekomst” ga ik namens Ajax1.nl de komende tijd in gesprek met enkele van deze mensen. In deel 1 praat ik met Marjan Peer, de moeder van de aan Excelsior verhuurde Bas Kuipers.

De geboren Amsterdammer Bas Kuipers maakt al sinds 2001 deel uit van de Ajax-opleiding, nadat hij ontdekt werd via de talentendagen. Veertien jaar later zit de linksback in zijn laatste contractjaar bij Ajax, en nadert dus een afscheid. Dit seizoen maakt Kuipers een solide seizoen door op huurbasis bij Excelsior, de huidige nummer vijftien van de Eredivisie. Met de Kralingers haalde hij dit seizoen zelfs de halve finale van het nationale bekertoernooi. Voetbal International berichtte vorige maand dat Excelsior Kuipers graag definitief zou overnemen, maar dat NAC Breda op het vinkentouw zit. Het zal zijn ouders ongetwijfeld vervullen met trots, ondanks dat de toekomst van hun kind niet in Amsterdam lijkt te liggen.

Uw zoon is bij de vaste volgers wel bekend, maar kunt u zichzelf misschien even voorstellen aan onze lezers?

“Mijn naam is Marjan Peer, ik ben de moeder van Bas Kuipers, die vanaf 2001 in de jeugdopleiding van Ajax speelt. We wonen in Amsterdam-Noord. Ik heb vier zoons, waarvan er drie voetballen. Bas vanaf zijn zevende bij Ajax en de andere twee voetballen nu bij De Dijk in de C1 en de D1. Ik heb met mijn man een adviesbureau waarmee we ondernemers coachen. In mijn vrije tijd schrijf ik thrillers onder de naam Isa Maron.”

Uw zoon speelt momenteel in de Eredivisie, maar niet bij Ajax. Welk gevoel overheerst: dankbaarheid voor de genoten opleiding, of het balen over het tot nu toe uitgebleven debuut?

“Natuurlijk is het ontzettend jammer dat Bas bij Ajax nooit een kans heeft gekregen. Toen hij als achtjarig jongetje met de F1 kampioen werd liep hij in de rust een ereronde. Later ook met andere teams. Als de supporters voor je juichen dan droom je ervan ooit op dat veld als echte speler te mogen vechten voor de winst. Dat dit niet kan is heel jammer, maar er is geen reden tot klagen. Bas heeft de hele opleiding doorlopen, is van de A1 meteen met Jong Ajax in de Jupiler League terecht gekomen en heeft daar ook ervaring opgedaan als aanvoerder. Daarna mocht hij een vol jaar aan de bak in de Eredivisie, bij een mooie club als Excelsior, inclusief een halve finale KNVB Beker. Hij is nog jong en we zien hem steeds beter worden en enorm genieten. Daar gaat het om.”

U noemt het al even, maar Bas speelt momenteel op huurbasis voor Excelsior. In hoeverre hebben u en uw zoon op dit moment eigenlijk contact nog met Ajax?

“Er is geen contact met de Ajax-leiding of iets dergelijks, niet sinds het moment dat Bas bij Excelsior begon. Bas heeft wel contact met oud-teamgenoten en andere jongens die hij van Ajax kent natuurlijk.”

Bas’ tijd in de Ajax-jeugdopleiding

Wie meer dan tien jaar op De Toekomst komt als betrokken ouder, heeft het nodige gezien en meegemaakt. Zo ook Marjan. Ze herinnert zich een ietwat twijfelende start bij Ajax voor haar zoon, maar wijst tevens naar de waarde van de opleiding. Marjan vraagt zich wel af of Ajax jeugdspelers niet meer clubgevoel en teamgeest kan bijbrengen, om hen zo loyaler te maken tegenover de club. Ze heeft nog wel eens liefde gemist op De Toekomst, zowel van als voor de club.

Hoe zou u de sinds 2001 door uw zoon genoten jeugdopleiding willen beoordelen?

“In de F1 werd gezegd: je bent geen echte verdediger, maar in de F hebben we geen middenveld, dus speel maar achterin. In de E werd gezegd: achterin blijven, de bal afpakken, langs de lijn naar voren en bij de middellijn afspelen. Dat Bas zo niet wilde spelen werd niet gewaardeerd. Het voetbal werd eruit gehaald. Bas werd van de D3 naar de D2 gestuurd en op dat moment dacht hij: iedereen kletst maar wat, ik ga gewoon voetballen zoals ik dat wil. Na zes weken D2 werd hij door Frank de Boer bij de D1 gehaald. Het plezier kwam terug.”

“De opleiding werd in de loop van de jaren steeds waardevoller. Het allerbelangrijkst is dat de jongens spelen met hele goede spelers en tegen hele goede spelers en begeleid worden door ervaren trainers, die weten hoe het spelletje gespeeld wordt, in al zijn facetten. Daar leer je ontzettend veel van. Daarbij worden gewoon heel veel uren gemaakt. Doen, doen, doen. Blind die bal in de kruising kunnen leggen, dat kan alleen door oefenen. De faciliteiten, de trainingen, de mogelijkheden voor individuele ontwikkeling zijn natuurlijk geweldig.”

“Ook de aandacht voor tactiek en het analyseren van wedstrijden en tegenstanders en de videobeelden van jezelf kunnen terugkijken zijn heel waardevol. In de wedstrijd neem je beslissingen instinctief of in een split second. Dan is het goed om later rustig terug te kijken wat je deed en of dat de beste oplossing was.”

Wat heeft u het meest gemist in de Ajax-opleiding van uw zoon?

“Liefde van de club en voor de club, teamgeest. Een voorbeeld: bij een kampioensfeest waren de jongens van de jeugdopleiding niet uitgenodigd. Dat zijn de jongens die later dat kampioenschap opnieuw zouden moeten winnen. Dan schiet de club tekort in liefde.”

“Het is wederkerig: ook bij veel jongens is er te weinig clubgevoel. Er is cynisme, een bepaalde terughoudendheid. Hierdoor ontstaat een cultuur van ‘eisen stellen’ in plaats van ‘geven’. Ajax zou niet alleen faciliteiten moeten geven, maar ook het gevoel dat je bij deze mooie club hoort – van je kruin tot en met je tenen. De jongens zouden hun onvoorwaardelijke inspanning moeten geven – bloed, zweet en tranen. Je ziet het nu ook in de competitie: Ajax komt de winst halen in plaats van bloed, zweet en tranen geven. Dat werkt niet.”

Gevolgen van verandering in transferbeleid Ajax

De voorbije jaren richtte Ajax zich in zijn transferbeleid in toenemende mate op jonge (buitenlandse) talenten. Ajax doet dit, omdat ze deze talenten willen halen in een fase van hun carrière waarin ze nog betaalbaar zijn. Op deze manier kwamen jongens als Christian Eriksen, Viktor Fischer, Vaclav Cerny, Anwar El-Ghazi en Ricardo Kishna al op jonge leeftijd naar Amsterdam. Tegelijkertijd kwamen er echter ook de nodige talenten die het uiteindelijk niet gehaald hebben in Amsterdam. Marjan beschrijft de spanningen die de komst van deze talenten kan hebben voor de reeds aanwezige eigen jeugd, en vraagt zich af of deze laatste categorie zich daardoor wel optimaal kan ontwikkelen.

Tijdens het afgelopen WK zaten er slechts vijf jongens in de selectie van Oranje die hun opleiding (deels) bij Ajax genoten. Slechts twee of drie ervan waren belangrijke spelers. Zo’n tien, vijftien jaar geleden was dat nog anders. In hoeverre begrijpt u dit, kijkend naar uw ervaringen op De Toekomst?

“Van de spelers die bij Bas in Oranje onder 16 en 17 zaten zijn er heel wat doorgebroken in de Eredivisie: Willems, Depay, Rekik (PSV), Ayoub (Utrecht), Hoedt (AZ), Van Overeem (nu Dordrecht, volgend seizoen weer AZ), Achahbar, Boëtius, Kongolo (Feyenoord). Van die lichting speelt van Ajax alleen Bas in de Eredivisie en bij Ajax is voor hem geen toekomst. Bij concurrerende clubs lukt het dus wel, maar bij Ajax niet. Is er geen voetbaltalent in Amsterdam? Scouten we verkeerd? Leiden we niet goed op? Ik denk dat het antwoord op die vragen ‘nee’ is. Er klopt iets niet in de doorstroom naar het eerste. Eigen jongens krijgen te weinig kans en er wordt uit onzekerheid te graag geld uitgegeven aan spelers van buiten, ook in de jeugd. Er is voor mijn gevoel te weinig een cultuur waarin de jeugd zich goed kan ontwikkelen. Wel de middelen, maar niet de mindset.”

“Is een speler die op 16-jarige leeftijd gehaald wordt – en dus al bijna 10 jaar elders is opgeleid – trouwens eigen jeugd? Hoe lang heeft zo’n jongen precies de Ajax-jeugdopleiding genoten voordat hij de stap naar het eerste maakt? Een jaar, twee? Waarom dan opleiden vanaf de F? Hoeveel talentvolle jongens die in de F of E beginnen, halen bij Ajax het eerste? Ik heb in de opleiding vaak jongens van buiten zien komen, ook vaak uit het buitenland. Die nieuwe jongens kregen meteen de voorkeur. De redenatie was dat eigen jongens de Ajax-opleiding hadden genoten en dus al veel beter moesten zijn. Dat de eigen jongen op dat moment beter speelde telde niet. Zo maak je jongens die al vanaf hun prille jeugd bloed, zweet en tranen geven kapot. Ze worden onzeker, terughoudend, soms zelfs onverschillig, en dat remt de ontwikkeling.”

“Voor de (buitenlandse) jongens die pas op of na hun zestiende instromen werd vaak flink betaald. Dan geef je ze een kans, anders is het weggegooid geld. Gek genoeg wordt de enorme investering die de club in eigen jeugd doet niet meegeteld. Waarschijnlijk staan die investeringen niet geactiveerd op de balans en die van aankopen wel. Zo creëer je een blinde vlek. Het is ook des Ajax: altijd kritisch, altijd mopperen, het is nooit goed genoeg. Scherp zijn past bij een winnaarsmentaliteit, maar als je die houding te ver doorvoert in het kijken naar de eigen jeugd dan krijgt die onterecht geen kans. Niet bij Ajax en dus ook niet bij Oranje.”

Communicatie en zaakwaarnemers

Niet elke lezer zal op de hoogte zijn over de manier waarop Ajax ouders op de hoogte houdt van de ontwikkelingen van hun kinderen. Marjan legt kort uit hoe dit in zijn werk gaat, en beschrijft tevens de manier waarop zaakwaarnemers proberen contact te leggen. Opdringerig heeft ze deze mensen echter nooit gevonden.

Kunt u beschrijven hoe u op de hoogte werd gehouden van de ontwikkeling van uw zoon tijdens zijn jeugdopleiding bij Ajax?

“Aan het eind van het seizoen was er een beoordelingsgesprek, van Ajax met het kind, daar mocht je als ouders bij zijn en dan hoorde de speler of hij mocht blijven of niet. In de bovenbouw waren er twee beoordelingsgesprekken, ook nog een in december.”

Hoe kijkt u terug op de manier waarop Ajax met u communiceerde?

“Het was vrij minimaal.”

Hoe heeft u de manier waarop zaakwaarnemers zich profileren op De Toekomst ervaren?

“Dat heeft mij nooit gestoord. Ze zochten vooral contact met Bas en die verwees ze naar ons als ouders. Wij nodigden ze dan uit op kantoor. Het was nooit te opdringerig.”

Transfer- en contractperikelen jeugdspelers

Een veelbesproken onderwerp onder Ajax-fans is nog altijd het gevoelige vertrek van drie toptalenten vorig seizoen. Timothy Fosu-Mensah verruilde Ajax destijds voor Manchester United, Javairo Dilrosun vertrok naar Manchester City, en Mink Peeters tekende bij Real Madrid. Veel fans vragen zich af of Ajax een vertrek van dergelijke talenten niet kan voorkomen door ze al op 16-jarige leeftijd een contract aan te bieden, iets wat de voorbije jaren bewust niet werd gedaan. Met de berichten over een contractaanbod van Ajax aan Donyell Malen lijkt er nu allicht iets te veranderen in het contractbeleid van Ajax. Marjan beschrijft haar visie op de contractperikelen van jeugdspelers bij Ajax, en komt met een opmerkelijke anekdote over de kerstpakketten voor de Ajax-talenten.

Wat vindt u van het huidige contractbeleid, dat contracten voor 16-jarige eigen jeugd uitsluit?

“Mij lijkt dat er een verschil zou moeten zijn tussen een profcontract en een jeugdcontract. Ik vind dat een profcontract iets bijzonders moet zijn en dat het aangeeft dat je je als club en als speler voor langere termijn en met hart en ziel aan elkaar verbindt. Het is voor spelers die in de selectie van het eerste elftal worden opgenomen en in die zin past het dat je daar extreem zuinig mee bent.”

“Zelf vind ik dat iedere speler vanaf 16 jaar een standaard jeugdcontract zou moeten krijgen. Je hoort nog niet in het eerste elftal, maar wel formeel bij de club. Een raar voorbeeld: het kerstpakket werd in de kleedkamer alleen aan de jongens met een contract uitgedeeld. Dat is gênant. Bij een jeugdcontract zou ook een heel bescheiden financiële beloning moeten horen. Als Ajax-speler heb je geen tijd voor een krantenwijk of een baantje in de horeca of bij de supermarkt. Veel Ajax-jeugdspelers hebben dus minder geld dan hun vrienden. Je kunt wel zeggen dat ze al veel krijgen: kleding en de opleiding, maar daarvan kun je geen spijkerbroek kopen of op vakantie gaan.”

In hoeverre is het volgens u mogelijk om het vertrek van talenten als Fosu-Mensah, Peeters en Dilrosun in de toekomst te vermijden?

“Ik ken die individuele gevallen niet, maar in het algemeen moet je ervoor zorgen dat de jongens voelen dat ze gewaardeerd worden. Het clubgevoel zou twee kanten op moeten gaan. Met geld alleen is het niet op te lossen, want dan wordt er steeds meer geboden. Bovendien vind ik dat je als Ajax best mag zeggen: ‘wees blij dat je bij ons mag horen’. Maar dan moet het ook zo voelen: dat je erbij hoort, serieus genomen wordt en dat Ajax echt alles zal doen om jouw voetbalcarrière te optimaliseren. De jongens moeten bij Ajax willen spelen en andersom hoort de club de rode loper uit te gooien voor de jongens. De waardering moet op alle fronten voelbaar zijn, niet per se in geld.”

De Toekomst sinds ‘de Fluwelen Revolutie’

Een onder fans vaak gehoorde stelling is dat het de goede kant opgaat met De Toekomst, zeker sinds wat bekend is geworden als ‘de Fluwelen Revolutie’. Marjan heeft gemerkt dat er hard is gewerkt aan het optimaliseren van de opleiding. Ze juicht bovendien de methode-Cruijff toe, als die tenminste – zoals vaak wordt aangenomen – inhoudt dat de individuele ontwikkeling centraal staat. Wel plaatst ze haar vraagtekens bij het nieuwe systeem met roulerende trainers op De Toekomst. Verder hoopt ze dat plezier voortaan voorop zal staan bij Ajax, in plaats van angst.

‘Het gaat de goede kant op met De Toekomst’, zo vertellen fans elkaar vaak. In hoeverre bent u het eens met deze stelling?

“Er is de laatste jaren hard gewerkt aan het optimaliseren van de opleiding, dat herken ik zeker. Wel denk ik dat het nu soms doorgeschoten is, te theoretisch geworden is. Trainers die elke zes weken rouleren: zeker bij de jonge jeugd lijkt mij dat niet optimaal. Hoe zou je het vinden als je kind van acht of negen op school elke paar weken een andere juf of meester zou hebben? Het gaat niet alleen om vaardigheden ontwikkelen, maar ook om een gevoel van veiligheid. Verder denk ik dat je met de enorm grote nadruk op individuele ontwikkeling spelers creëert die veel te individueel zijn ingesteld. Er zou naast individuele aandacht meer aandacht moeten zijn voor het groepsproces. Uiteindelijk moet je het op het veld met het hele team doen.”

Ruben Jongkind stelde onlangs dat de huidige bovenbouw voor 80% volgens de methode-Cruijff werkt, en de onderbouw als eerste lichting voor de volle 100%. In hoeverre heeft u het idee dat eventuele gebreken in de opleiding van uw zoon zijn aangepakt?

“Ik heb nooit met Cruijff gesproken en ik weet niet exact wat er met de methode Cruijff wordt bedoeld. Als het gaat om individuele ontwikkeling dan heb ik in de opleiding veel gaten gezien. Ik vroeg bijvoorbeeld elk jaar aan de trainer of Bas ook eens op een andere plek mocht spelen. Niet dat er iets mis is met linksback zijn, helemaal niet, maar ik denk dat je in de jeugd als verdediger moet leren hoe het voelt als iedereen achter je speelt in plaats van voor je, en andersom. Wees maar eens een partijtje spits, ren je gek om mogelijkheden te creëren zonder ooit een bal te krijgen. Sta maar eens in je eentje het doel tegen twee of drie man te verdedigen. Dan leer je wel meeverdedigen of de bal beter af te spelen. Op school leer je ook niet alleen rekenen, maar ook taal en geschiedenis. Dit zou allemaal meer gepaard moeten gaan met echte individuele beoordeling: wat is een jongen voor speler, wat kan hij goed, wat is er voor hem nodig? En ook: wat voor karakter heeft hij, hoe zit hij emotioneel in elkaar? Natuurlijk moet je leren vechten voor je plek, maar als er ook veiligheid geboden wordt kunnen mensen meer tot bloei komen. Als dat nu daadwerkelijk gebeurt en als dat de methode-Cruijff is, dan is dat top.”

Welke ontwikkeling op De Toekomst van de laatste jaren (sinds wat we de ‘Fluwelen Revolutie’ zijn gaan noemen) heeft u het meest verrast?

“Dat de kloof tussen het eerste elftal en de opleiding zo onoverbrugbaar zou zijn had ik niet verwacht.”

Welke tip(s) zou u de huidige beleidsbepalers en trainers op De Toekomst willen geven?

“Ik denk niet dat ze op advies van mij zitten te wachten. Ik ben gewoon een moeder en ik heb zelf nooit gevoetbald.”

Wat wilt u zelf nog kwijt over (de huidige staat van) de jeugdopleiding?

“Ajax is een prachtige club, de jeugdopleiding is heel waardevol en er zijn volop mogelijkheden. Daarom hoop ik dat er meer plezier in Ajax komt en minder angst. Bij de jeugd, de eerste elftal spelers en bij de trainers. Frank de Boer loopt altijd met een frons. Dat is jammer want hij heeft een hele fijne baan.”

Waar de toekomst van Bas Kuipers ligt zal ongetwijfeld binnen enkele maanden bekend worden. Wij wensen hem en zijn familie in ieder geval alle goeds en willen Marjan hartelijk bedanken voor haar bijdrage aan deze rubriek!